CAMeRA

spacer

 

 

spacer

 

 

 

 

 

 

CAMeRA goes corporate

Op de CAMeRA Research Day afgelopen januari bleek dat de wetenschap niet terugdeinst voor commerciële praktijken. Het interfacultaire onderzoeksinstituut voor nieuwe media en technologie organiseerde een ochtend van speeddatesessies en een netwerkspel met gele memobriefjes, speciaal voor onderzoekers van de vier VU-faculteiten die deelnemen in het instituut: Exacte wetenschappen, Letteren, Psychologie en Pedagogiek en Sociale wetenschappen.

Volgens professor Peter Vorderer, wetenschappelijk directeur van Camera, was de dag nodig om de verschillende onderdelen van de VU die in CAMeRA verenigd zijn, met elkaar te verbinden. Sinds de oprichting in november 2007 heeft het instituut al vele successen geboekt, vooral op internationaal gebied en met betrekking tot fondsenwerving, maar een VU-CAMeRA-community is nog ver te zoeken volgens Vorderer.

 

Het golvende Z-009 in het Metropolitan werd gevuld met een behoorlijke groep wetenschappers aan statafels en posterborden aan de muren. Overal hingen A3-kleurenposters over de verschillende onderzoeken die binnen CAMeRA gaande zijn, gegroepeerd per faculteit. Nadat de vertegenwoordigers van de deelnemende faculteiten hadden verteld over hun onderzoeken en hoe zij de interfacultaire samenwerking voor zich zien, kon het netwerken beginnen. Johan Hoorn, managing director van CAMeRA, instrueerde de aanwezige onderzoekers om aan de statafels te gaan staan met mensen die ze nog niet kennen. Om beurten vertelt vervolgens één persoon aan een tafel waar hij/zij zich mee bezighoudt, terwijl de anderen op een geel briefje de namen noteren van collega’s waar deze onderzoeker echt een keer mee moet gaan praten. Tijdens het netwerkende geroezemoes wat hieruit voortkwam werden er heuse CAMeRA polo's uitgedeeld ter verhoging van de “CAMeRA corporate identity feeling”aldus Vorderer. In eerste instantie ontstaat er wat gegniffel maar al gauw ziet het wit van de polo's.

 

Zou de droom van Lex Bouter nu dan toch uitkomen? Hij pleit al jaren voor interdisciplinaire instituten op de VU, omdat hij gelooft dat deze vernieuwende wetenschap voortbrengen. Om zijn woorden kracht bij te zetten is er in 2007 en 2008 flink wat budget ingeruimd voor de oprichting van interfacultaire onderzoeksinstituten. Volgens Bouter zorgen deze instituten zoals CAMeRA ervoor dat het onderzoek op de VU herkenbaar wordt voor buitenstaanders en dat de onderzoeken groot genoeg zijn om bestaansrecht te hebben. Bovendien ontstaat interessant onderzoek op het grensvlak van disciplines.

Tara Donkers van de faculteit Psychologie en Pedagogiek is het met Bouters eens. “Kennis delen is goed voor de wetenschap.” Waar ze aan toevoegt: “En ook voor de mensen.” Ze is aio bij klinische psychologie en haar onderzoek richt zich op zelfhulptherapieën voor psychiatrische patiënten via het internet. “We werken bijvoorbeeld samen met de faculteit Letteren. Zij bestuderen de interactie tussen therapeut en patiënt en welke verschillen er zijn tussen webtherapie en traditionele therapie. De faculteiten Exacte en Sociale wetenschappen maken een webtherapeut met een menselijk gezicht dat emoties kan tonen, een project dat ook nauw verbonden is met ons onderzoek. Die samenwerkingen helpen uiteindelijk de patiënt.” Bij de posterborden staat Kirsten Vis van de faculteit Letteren. Ze loopt in haar eentje de opgeprikte onderzoeksposters te bekijken. Het netwerken brengt haar niet zo heel veel verder. “Ik werd door iedereen die ik sprak, doorverwezen naar dezelfde persoon,” vertelt ze. “Maar die is er niet. En bovendien ken ik haar al.”

 

De Camera Research Day lijkt een goede manier om onderzoekers van de verschillende VU-faculteiten dichter bij elkaar te krijgen. Peter Kerkhof van de faculteit sociale wetenschappen beaamt dat. Net als Kirsten Vis werd hij steeds doorverwezen naar dezelfde persoon, die gelukkig wel aanwezig was. Uit hun gesprek zijn hele concrete dingen gekomen. Peter Kerkhof doet onderzoek naar het vertrouwen van consumenten in een online omgeving, en tot vandaag had hij er nog nooit bij stilgestaan dat hij voor zijn onderzoek gebruik zou kunnen maken van de eye-tracking methodiek, een techniek om oogbewegingen van mensen te registreren. Hij gaat nu een interfacultaire aanvraag voor zo’n apparaat doen.

Peter Vorderer liep ondertussen tevreden rond. Hij hoopt dat deze dag meer eenheid creëert tussen de VU-onderzoekers binnen CAMeRA. Maar over de polo's denkt hij dat hij misschien toch wat te lang in de VS heeft gezeten.


Source: part of an article (from M. Kolkman & P. Haring) in the Faculty magazine Essay, spring edition 2009